Interview met Charlotte Bouckaert en Bart Van den Eynde

© Tiene Carlier (repetitiebeeld)

De blikken van regisseur Charlotte Bouckaert en dramaturg Bart Van den Eynde ontmoetten het afgelopen jaar die van zeven jongeren: Axel, Ender, Jade, Meghan, Robin, Steph en Tessa. Samen creëerden ze The more I see you (The more I want you) een audiovisuele, cocreatieve voorstelling die inzoomt op hoe we ons tonen op beeld én aan de wereld. Kruis zelf hun blikken tijdens het premièreweekend. 

In The more I see you (The more I want you) zien we zeven jongeren tussen zestien en achttien jaar op scène. Waarom precies die leeftijd? 
Charlotte: Zestien tot achttien is zo’n vreemde, intense tussenruimte. Op die leeftijd zit je precies op de snelweg in de file. Je bent geen kind meer, maar ook nog lang niet klaar met volwassen worden. Alles ligt nog open. Tegelijk kan die periode heel eenzaam zijn. Je wilt gezien worden, maar je wilt ook niet dat iemand te dicht bij je komt, dat je écht gezien wordt. 

Volwassenen hebben de neiging om die periode te romantiseren. 
Bart: Adolescentie wordt vaak van buitenaf bekeken als iets moois, intens of vol belofte. En die schoonheid is er ook. Maar je vergeet ook snel de scherpte van die ervaring. Het is niet alleen een tijd van vrijheid en eerste keren; het kan ook heftig, ongemakkelijk en verwarrend zijn. We willen die complexiteit niet reduceren tot een beeld van “de jongere van vandaag”. Deze zeven mensen vertegenwoordigen geen hele generatie. Wel maken zij voelbaar hoe het is om in een fase te zitten waarin je nog aan het uitzoeken bent wie je bent, hoe je wilt verschijnen en wie je een inkijk toelaat. 

De foto’s van Rineke Dijkstra vormden een belangrijk vertrekpunt. Vertel. 
Charlotte: Vooral haar reeks The Buzz Club, Liverpool bleef al langer bij mij hangen. Dijkstra fotografeerde jonge clubbezoekers in een achterzaaltje: alleen of in kleine groepjes, los van de drukte van de club. In die beelden zit een enorme kwetsbaarheid, zonder dat de geportretteerden die kwetsbaarheid hoeven te spelen. Ze staan er gewoon. Maar in dat stilstaande beeld zie je van alles. Je ziet hoe iemand zich probeert te houden, hoe iemand naar de camera kijkt, hoe kracht en onzekerheid tegelijk aanwezig kunnen zijn. Tegelijk ontstaat er iets onleesbaars: je denkt dat je iemand kunt begrijpen door lang genoeg te kijken, maar een beeld geeft zich nooit helemaal prijs. Die spanning wilden we naar het theater brengen. 

Zestien tot achttien is zo’n vreemde, intense tussenruimte. Op die leeftijd zit je precies op de snelweg in de file.
Charlotte Bouckaert

Hoe vertaal je zo’n fotografisch moment naar een podium? 
Charlotte: In plaats van jongeren in een achterkamer van een club te fotograferen, zetten we hen op scène, voor en achter een foto- en videocamera. Niet om de foto’s na te spelen, maar om de tijd en de spanning rondom zo’n beeld voelbaar te maken. Daar zie je hoe zij zich op alle mogelijke manieren tonen aan het publiek, aan elkaar, aan de blik van de ander. 
Bart: Het centrum van de voorstelling, voor mij alleszins, zijn momenten waarin iemand recht in de camera kijkt en er ogenschijnlijk niets gebeurt. Maar zo’n stil moment kan alleen bestaan als de hele voorstelling eromheen het draagt. Daarom bouwen we een wereld met muziek, beweging, livebeelden, interviews en kostuums. Alles maakt ruimte voor die momenten van totale aanwezigheid. 

Het is niet de eerste keer dat jullie fotografie op scène zetten. Waarom werkt dat medium zo goed in een theatercontext? 
Charlotte: Een typische pitchzin van mij is: “Wat zijn de performatieve mogelijkheden van het stilstaande beeld?” (lacht) Daar komt het voor mij wel op neer: manieren om momenten van stilstand actief te maken. Maar ook wat gebeurt er wanneer je eens niet vluchtig, maar lang kijkt? Naar een foto, een appel, een lichaam, een gezicht? Hoe langer je kijkt, hoe meer details en mogelijke betekenissen verschijnen. 
Bart: Theater is heel weinig gefocust. Een camera op scène helpt ook om die blik tijdelijk te richten. Ze zoomt in, vergroot details en creëert een kader. Maar tegelijk blijft alles daarbuiten nog steeds zichtbaar op scène. Zo zie je gelijktijdig het portret, alsook alles wat eraan voorafgaat, wat ernaast gebeurt en hoe de anderen kijken. Charlotte: De camera kan op die manier de aandacht sturen, maar nog uiteraard niet de interpretatie. Die ligt nog steeds bij het individu. 

De jongeren spelen geen personages. Waarom was dat belangrijk? 
Bart: We wilden van bij het begin geen fictievoorstelling maken. De jongeren moeten zichzelf niet naspelen of hun eigen verhaal telkens opnieuw te vertellen. Hun interviews zijn als audiomateriaal wel aanwezig, maar op scène kunnen ze vooral zijn. 
Charlotte: Inderdaad: ze spelen niet, ze zijn. Eén van de mooiste momenten tijdens het werken ontstaat wanneer een jongere naar een andere jongere kijkt en je hen live ziet reageren. Dan verandert je perspectief als publiek. Je kijkt even door hun ogen naar iemand. In die ontmoeting en uitwisseling van blikken op scène zit het echte spel. 

Waar ligt voor jullie het spanningsveld tussen authenticiteit en zelfrepresentatie? 
Bart: Ik geloof niet zo in een volledig pure, onaangetaste authenticiteit. We worden allemaal gevormd door de wereld om ons heen, door beelden, muziek, mode, sociale media, vriendschappen en verwachtingen. Als iemand cool wil zijn, een videoclip imiteert of zich achter een pose verschuilt, dan maakt dat ook deel uit van wie die persoon is. De vraag is dus niet: wat is echt en wat is onecht? Maar eerder: wanneer voelt een manier van jezelf tonen als juist? Wanneer doe je iets om erbij te horen, en wanneer omdat je denkt: "Dit klopt voor mij, nu?" De voorstelling laat die verschillende lagen naast elkaar bestaan. Er zijn momenten van duidelijke expressie met choreografie, kostuums en maskers én momenten waarop iemand gewoon stil in de camera kijkt. Misschien is niemand maar één van die versies. Misschien zijn we altijd al die versies tegelijk. Kleding, accessoires en maskers zijn nadrukkelijk aanwezig. 

Zijn ze een bescherming of juist een vorm van expressie? 
Bart: Beide. Kleding is een taal, een manier om iets over jezelf te communiceren, om verschillende kanten van jezelf uit te proberen, om je sterker of veiliger te voelen. Een masker kan je verbergen, maar trekt ook de aandacht naar wat je wilt verbergen. Ik houd van het idee van een verkleedkoffer. Niet als ontsnapping aan jezelf, maar als ruimte voor veelheid. Je kunt op verschillende momenten verschillende dingen aantrekken en toch telkens jezelf zijn. De voorstelling zoekt ook de vrolijkheid en het plezier daarvan opnieuw op: het recht om te spelen met hoe je je aan de wereld toont. 

 

© Tiene Carlier

Charlotte Bouckaert
 

Regisseur Charlotte Bouckaert is beeldend kunstenaar en performance artiest. Haar multidisciplinaire praktijk bevraagt het kijken en onze waarneming en daagt het stilstaande uit tot beweging. Met 11 seconds (2021) en You are an Object to me zette ze het kijken naar kunst en stillevens in de schilderkunst voorop. Dit seizoen maakt ze voor het eerst werk voor een jong publiek bij BRONKS en creëert ze bij KVS de voorstelling I Never Looked Like That, twee voorstellingen over fotografie, beeldtaal en (re)presentatie. 

Bart van den eynde
 

Bart Van den Eynde is dramaturg en kunstpedagoog. Hij gaf de Master in Theatre-opleiding van de Toneelacademie Maastricht vorm en leidde haar tien jaar lang. Als dramaturg beweegt hij in veel verschillende contexten:  van repertoire voor de grote zaal over dansvoorstellingen tot performances en installaties. Hij werkt nauw samen met Charlotte sinds 2021 en houdt van haar beeldende,  associatieve en speelse benadering van het theatermedium.