Interview met de makers van BOS

"Je gaat pas zorgen voor iets als je het graag ziet"

Vier weken voor de première van BOS horen we de makers en spelers uit over hun voorstelling. Midden in hun maakproces maken ze tijd om te vertellen over hun liefde voor locatietheater en de lichtpuntjes in het klimaatverhaal. Greet Jacobs, Titus De Voogdt, Tania Van der Sanden, Mats Vandroogenbroeck en Simon D'huyvetter aan het woord.

Stel jullie voorstelling eens voor.
Greet Jacobs: BOS is een voorstelling over een rondtrekkende show met dieren die een ongelofelijk spektakel in elkaar hebben gestoken over het klimaat, de natuur en alles wat er op het spel staat vandaag.
Titus De Voogdt: We spelen telkens op locatie, met ons decor in onze camion, tussen stad en natuur. Het is een voorstelling met muziek, er wordt in gezongen en het wordt gespeeld door vier acteurs. Zonder te veel te verklappen, is dat de voorstelling.

Had deze voorstelling ook gewoon in een zaal gespeeld kunnen worden?
Greet: De voorstelling past letterlijk en figuurlijk niet meer in een theaterzaal. Je ziet die camion daar echt staan, die maakt deel uit van het verhaal. Dat krijg je nooit op dezelfde manier verteld op scène. Bovendien loop ik gewoon heel warm voor locatietheater. Het verandert, nog meer dan in een theater, de manier waarop je naar je omgeving kijkt. En voor ons als spelers is het zalig om buiten te spelen, met alles wat daar gebeurt: het licht, het geluid, de wind, ...
Tania Van der Sanden: Ja, het kijken naar deze voorstelling, terwijl je midden in de natuur zit, maakt dat alles veel sterker binnenkomt.
Mats Vandroogenbroeck: We hebben ook gezocht naar een verhaal dat verankerd is in de plek waar het zich afspeelt, waarbij de locatie haast noodzakelijk wordt. Het verhaal zelf draait om de ruimte waar het podium en het publiek zich bevinden. Het is een ruimte die wordt geclaimd, waarbij de vraag wordt opgeworpen: “Horen jullie hier eigenlijk wel thuis, of niet?"
Simon D’Huyvetter: Als dat allemaal samenkomt, op de juiste manier, dan levert locatietheater echt onvergetelijke momenten op. Ik denk dat we het daarom allemaal graag opnieuw en opnieuw opzoeken.
Titus: En eerlijk: als je er niks voor in de plaats zou krijgen, zou je het niet doen. Want het is veel werk. Maar je krijgt er zó veel voor terug. De omgeving die meespeelt, die telkens anders is. En mensen zijn echt enthousiast. Cultuurcentra hebben het soms lastig om zalen gevuld te krijgen, maar bij een voorstelling op locatie komt het publiek af. Ook als speler voel je die goesting.

De locaties van jullie tournee bevinden zich, zoals Titus zei, steeds op de grens van natuur en stad. Waarom is dat belangrijk?
Simon: Dat is een organische zoektocht geweest. Het voelt soms ironisch om over de natuur te vertellen, terwijl je die tegelijk zou verstoren met een theatervoorstelling. Idealiter speel je midden in het groen, maar dan moet je rekening houden met dingen zoals het broedseizoen. Onze voorstelling gaat precies over die spanning: hoe verhouden wij mensen ons tot de natuur? Wat laten we erop los? In BOS willen we tonen waar het wringt, maar ook opflakkeringen van hoop en humor brengen.

Spreken over het klimaat kan snel op een somber verhaal uitdraaien. Leeft er ook nog optimisme in jullie verhaal en personages?
Tania: Het is een beetje van beide: het is alarmerend, want het is ook écht alarmerend en tegelijk willen we een hoopvol verhaal vertellen, want er is ook nog hoop.
Mats: Iets maken over ons klimaat is sowieso vreemd. Het is een wereldwijde catastrofe die door de mens is veroorzaakt. Het morele gelijk ligt zo klaar, dat de boodschap al snel belerend wordt. Wij willen daar juist niet in meegaan. Geen educatieve voorstelling, geen pasklare oplossingen. Liever tonen we hoe al die krachten botsen. Want dat is de realiteit. De mens hééft de aarde beschadigd, en daar moeten we het over hebben. 
Titus: Het vingertje werkt niet, zeker niet bij kinderen. Wat voor mij telt: je gaat pas zorgen voor iets als je het graag ziet. Dus kinderen moeten gewoon vaker buiten spelen, naar het bos, leren hoe een eik of een beuk eruitziet, of het verschil kennen tussen een merel en een ekster. Daar begint het. Pas als je iets kent en waardeert, snap je ook wat er verloren gaat als we de natuur schade toebrengen. We willen dus een voorstelling maken die iets positiefs vertelt over de natuur, die informeert zonder te preken. Natuurlijk zeggen we ook dat het niet goed gaat – dat moet – maar we brengen die boodschap liever met humor.

Jullie camion puilt uit van de dieren, decorstukken, achtergronden. Wat mag het publiek zeker niet missen?
Simon: Het hoofdpersonage, Willie Wonder, is een idealistische natuurbeschermer die op een nogal onbeholpen manier een klungelige klimaatshow opvoert. Het is een foute knipoog naar een educatief klimaatprogramma en met opzet een beetje knullig. We laveren voortdurend tussen: wanneer is dat klungelige charmant en aanstekelijk, en wanneer wordt het zó vreemd dat het publiek zich afvraagt wat wij in godsnaam bedacht hebben? Zo testten we onlangs expres scherp piepende microfoons in een scène, maar iedereen in het publiek dacht dat het per ongeluk was en zag dus absoluut niet de humor ervan in. Dan zit je mis. Net dat spanningsveld vind ik als maker superinteressant.
Greet: Mijn favoriete personage is sowieso de worm. Dat is een wezen op zich, niet één van ons, en die vind ik heel ontroerend.
Mats: Er zitten veel mooie, kleine details in. Er is een klein vlindertje dat meespeelt, waaraan ik wel gehecht ben.
Greet: Tania, wat is jouw lievelingsdetail?
Tania: De driehoek. Die lijkt op een voedselpiramide, maar is iets vrijer ingevuld en daarnaast ook vrij verlegen.
Greet: Als je Tania in de rol van voedselpiramide wil zien: kom zeker kijken. C’est du jamais vu. En breng zeker een regenjas of zonnecrème mee – afhankelijk van het weer. Want het is locatietheater!