compagnie barbarie werkt aan een nieuwe voorstelling: Finale. Na Première kiezen ze nu voor het andere uiterste. Deze keer eindigt het wel. En dat einde heeft een duidelijke naam: de dood. We spraken met Liesje De Backer en Karolien De Bleser over hun nieuwe voorstelling, rouwhallucinaties en waarom je tegen kinderen best gewoon zegt waar het op staat.
Waarom wilden jullie een voorstelling over de dood maken voor zesjarigen?
Liesje De Backer: Het is een thema dat al jaren in ons hoofd zat, maar we kwamen er nooit echt toe om er een voorstelling over te maken. Tot we Première maakten. Toen dachten we: als we ooit Finale maken, dan moet het daarover gaan. De dood is onvermijdelijk. Iedereen wordt er vroeg of laat mee geconfronteerd, op verschillende momenten en in verschillende vormen. Toch blijft het een onderwerp waar ongemakkelijk omheen wordt gelopen, zeker bij kinderen.
Karolien De Bleser: De echte doorbraak kwam er na het zien van een documentaire over Sesamstraat. Daarin overlijdt een acteur en de makers staan voor een fundamentele vraag: vertellen we de kinderen dat het personage op reis is? Met pensioen? Of zeggen we gewoon de waarheid? Wat daar gezegd werd, is ons altijd bijgebleven. Dat het belangrijk is dat kinderen twee dingen weten over de dood. Ten eerste dat dood betekent dat iemand nooit meer terugkomt. En ten tweede dat je alles mag voelen wat je daarbij voelt. Die helderheid werd het vertrekpunt voor Finale.
Het is belangrijk dat kinderen twee dingen weten over de dood. Ten eerste dat dood betekent dat iemand nooit meer terugkomt. En ten tweede dat je alles mag voelen wat je daarbij voelt.
Jullie kiezen dus expliciet voor een onverbloemde voorstelling?
Liesje: Ja. In ons vooronderzoek merkten we dat je bij kinderen beter niet vertroebelt of in metaforen spreekt. Niet zeggen dat iemand ‘slaapt’, want dan kunnen ze bang worden om zelf te gaan slapen. Niet zeggen dat iemand ‘op reis is’, want dan wachten ze op terugkomst. Je moet zeggen: het hart is gestopt met kloppen. Die persoon komt nooit meer terug.
Karolien: Vooral dat woord “nooit” is cruciaal en tegelijk moeilijk. Kinderen kennen ‘nooit’ als iets relatiefs. Ze zeggen: “Ik mag nooit hamburgers.” Behalve die ene keer dan toch... Maar bij de dood betekent ‘nooit’ plots ook echt nooit.
Toch beperkt Finale zich niet tot louter klare taal.
Karolien: Inderdaad. Finale houdt het midden tussen beeldend en teksttheater. We zochten dan ook naar een manier om rouw voelbaar te maken zonder die uit te leggen. We kwamen uit bij het fenomeen van rouwhallucinaties: het gevoel dat je de overledene nog hoort, ziet of voelt. Dat je de sleutels in het bakje hoort vallen, hun gewicht op het bed voelt of hun stem in de kamer hoort. Dat vonden we interessant om visueel te maken. De afwezige is soms té aanwezig. Soms verstikkend aanwezig. En dan plots weer helemaal weg, terwijl je net dat gevoel van samen in de zetel zitten nog eens wilt beleven.
Er wordt ook niet gesproken over een specifieke doodsoorzaak.
Karolien: Dat is een bewuste keuze. Zodra je een oorzaak benoemt – ziekte, ongeval – vertel je een specifiek narratief. Wij willen het hebben over rouw als toestand. Over wat dat met je doet.
Liesje: Ook de relatie tot de overledene blijft open. Partner? Ouder? Vriend? Dat wordt niet ingevuld. Zo kan iedereen zich spiegelen.
Het is vooral voor kinderen die zich afvragen waarom hun klasgenoot drie jaar later 'nog steeds' huilt om het overlijden van een ouder.
Wat hopen jullie dat kinderen meenemen uit Finale?
Karolien: Dat alles wat ze voelen oké en legitiem is. Je kunt heel hard lachen en je gesteund voelen, maar ook heel triest, kwaad of alleen zijn. Die mishmash aan gevoelens is perfect normaal. We beseffen ook dat de grootste doelgroep van deze voorstelling niet kinderen zijn die zelf verlies hebben meegemaakt – gelukkig maar. Het zijn vooral kinderen die niet goed weten hoe ze moeten omgaan met anderen die rouwen. Die zich afvragen waarom hun klasgenoot drie jaar later “nog steeds” huilt om het overlijden van een ouder. Maar rouw raakt ook niet ‘opgelost’. Je bent er niet op een dag klaar mee. Het verandert, maar het stopt niet. Rouw is niet alleen intens in de eerste weken. Het duikt jaren later opnieuw op. Op verjaardagen, bij mijlpalen, wanneer je zelf ouder wordt.
Is de voorstelling dan bedoeld als opening voor gesprekken?
Karolien: Ja. Dat hopen we echt. Als we willen dat de dood minder taboe wordt, dan moeten we erover spreken. En daar wringt het schoentje: we hebben er nauwelijks taal voor. Je kunt niet zomaar vragen: ‘Hoe gaat het met het verlies van je papa vandaag?’ Maar soms is dat wél wat je wil weten.
Liesje: En als rouwende heb je daar soms ook nood aan: aan een soort ‘blij verdriet’. Dan hoop je eigenlijk dat iemand die vraag stelt, meestal is dat dan bij een verjaardag of herdenkingsdag, om herinneringen terug op te halen en ruimte te geven aan die gevoelens.
Karolien: Ik had ook nog dit citaat opgeschreven: “Het is niet omdat het moeilijk is dat we er niet over praten, het is omdat we er niet over praten dat het moeilijk is.” Van Seneca. Fantastisch.
Liesje: Seneca! Dat weten we dus al zolang, en toch…
En eindigt de voorstelling effectief?
Liesje: Ja. De voorstelling eindigt. Maar wij stoppen niet. Want ja, mensen denken dat, hé.
Karolien: Zo meta gaan we nu ook weer niet…
Finale gaat in première op 28 en 29 maart in BRONKS en vertrekt daarna op tournee in Vlaanderen.
Alle speeldata en tickets vind je hier.
