Interview met de makers van GUMMI

Tiene Carlier

Ballet Dommage (Katrien Valckenaers en Maxim Storms) ontwikkelde over de jaren een eigen theatertaal die de kleine kantjes van het mens-zijn blootlegt. In hun liefde voor absurde en fysieke beelden vonden ze regisseur Suze Milius. In GUMMI bundelen ze hun krachten om verder te kijken dan menselijk conflict: welke mogelijkheden openbaren zich als gelukzaligheid een vanzelfsprekendheid is?

Kan je GUMMI even voorstellen? Waar gaat de voorstelling over? 
Maxim: GUMMI is vertrokken vanuit het idee van een utopie. De voorstelling speelt zich af op een lege aarde. De mensheid is uitgespeeld; zij zijn er niet meer. De enige levende soort die er nog ronddwaalt, is GUMMI: een wezen, een organisme. De voorstelling onderzoekt hoe deze vreemde soort dit dorre landschap toch als een utopie ervaart. 
Katrien: We werken met grote kostuums om deze wezens vorm te geven. GUMMI zijn niet-menselijke figuren die een onbekende taal spreken en gezichtsloos zijn. Dat is allemaal samen dus best abstract, maar tegelijk leren we GUMMI ook emotioneel kennen. We kunnen ook al verklappen dat er één mens in deze wereld leeft, die een eeuwige reis gewonnen en nog steeds ronddwaalt op aarde. Is dit ook utopisch voor de mens? Of is die oneindigheid net een hel? En wat kan het contact met GUMMI doen voor de mens? Kan die, met hen, ook een soort rust vinden in dit oord? 

Vanwaar komt het idee om een utopie te creëren?
Suze: We wilden vanaf het begin al iets maken over een wereld waarin alles goed gaat. Een wereld vol zachtheid en liefde. Een wereld zonder conflict. Als tegenkleur tegenover de wereld waarin we nu leven. 
Maxim: Een voorstelling vertrekt vaak vanuit een drama. Wij willen graag nadenken over wat er overblijft als je dat drama als basis schrapt. Wat krijg je als er niets fout loopt in een voorstelling? Kan je daarin meegaan, of zit je toch te wachten tot er iets misgaat?

Als je naar de scenografie kijkt, zou je niet direct het woord ‘utopie’ gebruiken: kaal, rotsachtig, donker. Hoe rijm je die twee met elkaar? 
Suze: We hebben bewust gekozen om een wereld te scheppen in verval. De aarde in haar essentie blijft nog over, maar verder bloeit er niets. Dit stoort GUMMI niet. Zij leven daar in een soort zaligheid en ervaren dat verval niet als een probleem. Dit is wat ze kennen, hier leven ze. En daar zijn ze heel tevreden mee. 
Katrien: We wilden vooral wegblijven van een typisch utopisch beeld, van groen gras en bloemetjes. Het is net het schuren van werelden, van utopie en verval, dat prikkelt. Het is in tijde van crisis dat mensen buitenkomen en sociale gevoeligheid aan de dag brengen. Zo ontstaan er soms kleine, nieuwe wereldjes waarin er harmonie en gelijkwaardigheid kunnen bloeien. 

Is de voorstelling dan een soort spiegel voor de mens in crisis? 
Suze: Ik denk inderdaad dat de mens in tijden van crisis plots ontdekt dat die een community-wezen is. Dat lijken we vaak te vergeten. Verval brengt net dit naar boven: het schuren van het individuele met het collectieve. Het individuele hoeft niet per se tegenover het collectieve te staan, het kan ook samenkomen. 
Maxim: Tegelijk willen we ook het menselijk perspectief uitdagen: hoelang moeten we eigenlijk nog blijven bestaan – op deze manier blijven bestaan? We blijven maar alles kapotmaken. Het is een prima idee om ermee op te houden, om ruimte te maken voor iets anders, nieuwe bewoners.

Met GUMMI willen we een extreem zachte voorstelling maken, in de hoop dat die zachtheid choqueert.
Maxim Storms

Als Ballet Dommage vergroten jullie vaak typisch menselijk gedrag met een absurde (beeld)taal. Is dit ook wat GUMMI doet? 
Maxim: De methode van absurdisme en fysiek theater trekken we door. We hebben gemerkt dat we vaak problemen aankaarten zonder een antwoord te bieden. 
Katrien: We tonen inderdaad vaak de ongemakkelijke en pijnlijke kanten van de mens. Niet per se negatief, maar wel kritisch. TRIBUNAL stelde bijvoorbeeld de politiek en haar hardheid in vraag. 
Maxim: En Fratssen wees op de onmogelijkheid van samenkomen. Onze personages worstelen altijd met een soort willen maar niet kunnen. Met GUMMI willen we een mogelijk antwoord bedenken. Niet sluitend, maar alleszins om iets nieuws te openen. 

De menselijke kwetsbaarheid zoeken aan de hand van niet-menselijke wezens dus? 
Suze: Ja, veel ligt natuurlijk ook in de interactie tussen de twee, tussen de mens en GUMMI. Tussen de mens en het onbekende. In de fantasie van het niet-menselijke kan er veel meer geopend worden. Maar wat ik zo mooi vind aan het werk van Ballet Dommage is dat die struggle ook een kwetsbaarheid toont. Ze onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan, waarom hun personages zo neurotisch zijn. Die ontroerende kwetsbaarheid trekken we ook door in deze voorstelling. 

Die niet-menselijke wereld krijgt natuurlijk ook letterlijk vorm op scène. De kostuums zijn zo enorm fantasierijk. Maxim: We hebben een geweldige kostuumontwerper, Rachid Laachir. De kostuums zijn heel abstract, maar tegelijkertijd herkenbaar. 
Suze: Dat is een mooie balans waar Rachid erg in geslaagd is. Het zijn gigantische pakken, die veel ruimte innemen en die het menselijke lichaam doen verdwijnen, maar waarmee toch echt heel gelaagd gespeeld kan worden. De kostuums voelen nooit als marionet of pop, de speler kan GUMMI volledig belichamen. 

Jullie verzonnen ook een eigen taal voor GUMMI. Hoe ging dat? 
Katrien: Dat was een zoektocht. Dat begon bij zowat clichématig gibberish-taaltje zoals in tekenfilms, maar we merkten al snel dat we ook geen Teletubbies wilden maken, dat we een taal moesten vinden die paste bij de wezens en hun zijn. Daarbij plakten we er al snel het woord ‘plantaardig’ op. Een plantaardige taal. Hoe zouden planten of koralen spreken? 
Suze: We vertrokken meer vanuit klanken: kraken, knarsen, raspen… Zo kwamen we meer op de muzikaliteit van de stem in dat soort register. Van daaruit maakten we niet per se woorden, maar eerder begrippen. Om zo tot een taal te komen die wij echt begrijpen en onder de knie hebben. 
Katrien: Als je werkt met klanken in plaats van woorden, kan je een grotere emotionaliteit leggen in hun taal. Hoe abstract het ook blijft, je kan de emotionaliteit wel begrijpen; ook de gelaagdheid van elke zin komt over. Er is geen gezichtsexpressie, dus het is via deze klank – en hun bewegingen ook – dat je GUMMI leert begrijpen.

Welke ervaring hopen jullie dat het publiek meeneemt? 
Maxim: Met GUMMI willen we een extreem zachte voorstelling maken, in de hoop dat die zachtheid choqueert. Het is voor ons zoeken naar een tederheid die zo radicaal is dat het de toeschouwer even doet denken: ‘O ja, zachtheid, we waren het bijna vergeten.'

 

 

© Tiene Carlier

BALLET DOMMAGE

Ballet Dommage is een theatercollectief, opgericht in 2010 door de acteurs/theatermakers/vrienden Katrien Valckenaers en Maxim Storms. Zij omschrijven zelf hun werk als absurd, heldhaftig en fragiel. Via een fysieke beeldende theatertaal combineren Valckenaers en Storms kolder en tragiek, voor alle leeftijden. Bij BRONKS maakte Ballet Dommage al de voorstellingen TRIBUNAL (2020), Tavern Michelle (2022) en Fratssen (2024). Voor GUMMI nodigen ze regisseur Suze Milius uit om hun vervreemdende utopie mee vorm te geven.

Ballet Dommage is van 2023 tot 2027 een BRONKS in-huisgezelschap. Er wordt samen geproduceerd, artistieke ideeën uitgewisseld en BRONKS ondersteunt het gezelschap praktisch, organisatorisch en financieel.

 

 

© Tiene Carlier

Suze Milius

Suze Milius (1986) studeerde in 2012 af aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Sindsdien is ze actief als regisseur in Vlaanderen en Nederland. Ze maakte al indrukwekkend eigen werk, zoals EXHIBIT (2015), Zwischen (2016), HUIS (2015-'17), TALK (2018) en recentelijk ALL TOGETHER NOW! (2026). Ze werkte ook al als eindregisseur voor collectieven als Urland, De Nwe Tijd, BOG, Wunderbaum, Annelies van Hullebusch en De Warme Winkel. Met heldere structuren en scherpe keuzes weet Milius verschillende vormen en disciplines te mengen, waarin chaos, absurditeit en ongebruikelijke mengvormen een rijke voedingsbodem krijgen.