Interview met de makers van PUPPY/POPPY

"Wie heeft de touwtjes in handen?"

Al enkele weken stappen we dagelijks over de ledematen van een reusachtige pop, horen we een consante dreun van rave-muziek en geblaf in de BRONKS-gangen en struikelen we op de meest bizarre plekken over hondenmaskers. Onze vragen stapelden zich snel op, ergens in een klein hoekje waar nog een beetje ruimte was. Daarom grepen we maker Jef Van gestel en kostuumontwerpster & dramaturg Rosa Schützendorf bij hun leiband om hen helemaal uit te horen!

Stel je eigen voorstelling eens voor.
Jef Van gestel: Het is een voorstelling met een gigantische pop, POPPY, en vijf spelers. De spelers zijn als het ware de hondjes van de grote pop, en POPPY is de baas. Het bijzondere is dat POPPY alleen kan bewegen door de puppy’s, wat een gekke machtsverhouding blootlegt. Er wordt gespeeld met het effect van ruimte innemen, letterlijk in de weg liggen, en de vraag wie de echte baas is. Soms lijkt POPPY de hondjes te treiteren, maar uiteindelijk zijn zij het die hem tot leven wekken. We tonen bewust de constructie van het verhaal en spelen met het idee: wat willen we zien en wat willen we geloven?

Jullie zesde speler is een reusachtige pop?
Rosa Schützendorf: Dit is mijn eerste keer dat ik met een pop werk. Hoewel ik, als kostuumontwerpster, al vaak met maskers heb gewerkt, is het spannend om nu een pop tot leven te brengen. Het mooie is dat die magie snel tot stand komt: ondanks dat je de touwen en manipulatie ziet, laat de verbeelding van de kijker POPPY echt leven. Je hoeft niets te verbergen—je ziet een arm bewegen en je vult als kijker de rest in. Dat vind ik fascinerend.
Jef: En met de komst van Joost (Maaskant) voor de muziek en het geluid werd POPPY ook echt levendiger, waardoor het lijkt alsof hij zelf beweegt.

Hoe kwamen de puppy’s tot leven?
Rosa: Met maskers en harnassen helpen we om de illusie te creëren dat we naar hondjes kijken. We zijn nog aan het onderzoeken wanneer en hoe lang we de maskers moeten gebruiken. Sowieso willen we een situatie waarin de spelers niet zomaar hondjes spelen, maar de energie en lichamelijkheid van hondjes belichamen. 

Jef: De maskers van het affichebeeld zijn ook een knipoog naar subculturen zoals de sub/dom-scene, hoewel dat voor kinderen natuurlijk niet zichtbaar is. Volwassenen zullen die knipoog natuurlijk wel oppikken. Maar de voorstelling draait niet om seksualiteit, evenwel verkent het thema’s als consent en machtsverhoudingen binnen subculturen. We zijn aan het experimenteren met verschillende machtsdynamieken.

Om die machtsdynamieken te onderzoeken, richtten jullie jullie blik op de puppy play-fetisj.
Rosa: Voor mij is het logisch om bij een thema als macht te kijken naar queer gemeenschappen en subculturen waar dit soort machtsdynamieken al veel onderzocht worden. 
Jef: En blijkbaar is dat onderzoek iets waarmee de mens wel bezig is, hé. Is er een manier waarop we macht kunnen uitoefenen zonder dat je iemand anders schaadt? Of hoe kan je plezier beleven aan machtsovergave? Hoe kunnen we de donkere kant van macht omarmen, maar wel op een zachte manier mét consent? 

Onze maatschappij heeft de laatste tijd ingezien dat we vaak niet weten hoe we op een gezonde manier met machtsdynamieken omgaan.
Rosa Schützendorf

Welke bevindingen maakten jullie?
Rosa: Macht is in elk aspect van ons leven aanwezig: in relaties, op het werk, binnen vriendschappen. Onze maatschappij heeft de laatste tijd ingezien dat we vaak niet weten hoe we op een gezonde manier met machtsdynamieken omgaan. Daarom is het interessant om kinderen te laten zien dat macht geen vast gegeven is en dat het een spel van geven en nemen kan zijn.

Jef: Absoluut. De puppy’s wisselen constant van rol en wie de leiding neemt, en dat is juist interessant. Er zit bijvoorbeeld geen typische alfahond in onze roedel. Soms ontstaan er trio’s waarin de macht doorgegeven wordt en op een ander moment laten we zien dat ook meisjes of vrouwen de leiding kunnen nemen en jongens daar plezier in kunnen hebben. Het nodigt kinderen ook uit om zelf na te denken over groepsdynamiek: wie neemt altijd de leiding in hun klas, en wat zou er gebeuren als iemand anders die rol eens op zich neemt? Zelfs de “leiders” zouden kunnen ontdekken dat het bevrijdend is om niet altijd de verantwoordelijkheid te dragen.

POPPY zit niet in de roedel. Wat is zijn positie?
Jef: POPPY is bewust ontworpen als een grote, witte, mannelijke figuur, terwijl de spelers juist bestaan uit vrouwen, queer personen en mensen van kleur. Dat zijn groepen die dagelijks met macht te maken hebben en soms lijden onder figuren zoals de pop. In de aanloop naar de voorstelling schetste ik POPPY als heel dominant, agressief en best naar, maar tijdens het maakproces veranderde mijn visie. Uiteindelijk is POPPY heel zielig en, zeker ten opzichte van de puppy’s, heel eenzaam. In plaats van POPPY af te schilderen als een monster, besloten we ruimte te laten voor empathie en nuance en om de eenzaamheid en de onbeholpenheid van POPPY te belichten. 

Jullie verbinden het idee van machtsverhoudingen ook met spiritualiteit. Hoe zit dat?
Jef: Kink en fetisj hebben verrassende verbindingen met spiritualiteit. In religie maken we ons bijvoorbeeld klein ten opzichte van een god, wat ook een vorm van onderdanigheid is. Niet-gelovigen zouden religie dan weer als iets door de mens gecreëerd zien—ook dat draait om perspectief. Daarom kozen we voor een gouden vloer in de voorstelling: zo lijkt POPPY soms een beetje op een boeddha of een luie god. Wat je ziet, hangt af van je eigen interpretatie.

Het is absoluut niet mijn bedoeling om kinderen te choqueren. Integendeel, het gaat over het ontrafelen van de vraag: wat zie jij en wat denk jij dat de kinderen zien?
Jef Van gestel

Daarmee raken jullie wel veel “volwassen” thema’s aan, niet?
Jef: Er zijn heel wat volwassen inspiratiebronnen in deze voorstelling. Noch de intense rave-muziek, noch de look of het materiaal van de kostuums zijn truttig. Maar het is absoluut niet mijn bedoeling om kinderen te choqueren. Integendeel, het gaat over het ontrafelen van de vraag: wat zie jij en wat denk jij dat de kinderen zien? Binnen het kinder- en jeugdtheater bestaat er vaak een beschermende cultuur, maar kinderen kennen natuurlijk enkel de referenties uit hun leefwereld. Ik geloof echt dat je kinderen serieus moet nemen. Daarom maken we geen concessies voor kinderen, zolang we hen iets laten zien waar ze hun fantasie omheen kunnen vormen.

Zullen er ook echte puppy’s zijn? 
Jef: (lacht) Het is kwestie van perspectief: als jij puppy’s wilt zien, dan zijn zij er. Mijn vader vroeg dat dus ook: “Die voorstelling, is dat echt met puppy’s?” Terwijl ik hem het concept had uitgelegd. “Ja, maar op die poster staan puppy’s…” Maar dat is gewoon een poster, hè, dat zou hij toch moeten begrijpen?
Rosa: Misschien is dat wel een tikje misleidend, ja. (lacht)